Mosselen. Zo uit Zeeland
Mosselen. Zo uit Zeeland

Jan Bonjer is sinds 1 augustus de nieuwe voorzitter van het Mosselconvenant. Hij is de opvolger van Hans Alders, die deze functie vanaf de start van het convenant in 2008 vervulde. Bonjer heeft een boeiend cv: hij werkte onder meer bij Vogelbescherming Nederland, was tot vorig jaar hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad en stapte van daaruit over naar de functie van dijkgraaf bij Waterschap Hollandse Delta. Wij stellen hem graag voor. 

Interview voorzitter Mosselconvenant Jan Bonjer:

‘Wat er tot nu toe is gerealiseerd door de sector is een prestatie van formaat’ 

Jan Bonjer is sinds 1 augustus de nieuwe voorzitter van het Mosselconvenant. Hij is de opvolger van Hans Alders, die deze functie vanaf de start van het convenant in 2008 vervulde. Bonjer heeft een boeiend cv: hij werkte onder meer bij Vogelbescherming Nederland, was tot vorig jaar hoofdredacteur van Het Financieele Dagblad en stapte van daaruit over naar de functie van dijkgraaf bij Waterschap Hollandse Delta. Wij stellen hem graag voor. 

Hoe kwam je bij het mosselconvenant terecht?  

“Ik ben opgegroeid in het agrarische Warmond, aan de Kagerplassen, en van jongs af aan betrokken bij melkveehouderij, tuinderij, bollenteelt en zoetwatervisserij. Als verslaggever bij NRC Handelsblad heb ik veel geschreven over de Noordzeevisserij. Ik maakte onder meer de periode van de visserijfraude mee, waardoor ik veel contact had met het ministerie van LNV. Ik had goed contact met Gerrit Braks, die toen minister van LNV was. Hem heb ik in de jaren tachtig vaak mogen interviewen, onder andere over de akkerbouwacties die toen speelden. Ik ben veel op pad geweest met Noordzeevissers, sprak regelmatig met bestuurders als Ben Daalder en Johan Nooitgedagt. Ik vond de sector interessant. En ik woon in Zeeland, op Schouwen-Duiveland, weet veel over Zeeland en heb alle ontwikkelingen rond de Oosterschelde goed gevolgd. Als directeur van Vogelbescherming Nederland heb ik veel te maken gehad met de schelpdiervisserij. De schelpdiervissers hebben me voorgedragen als voorzitter van het convenant, vanuit het Zeeuwse netwerk.” 

“Ik voel me thuis in natuurbescherming, maar ook bij landbouw en visserijTussen schelpdiervisserij en natuurbescherming was eerst sprake van polarisatie. Nu werken partijen binnen het convenant constructief samen. Heel belangrijk dat dit zo blijft. Er is al een reductie van 35 procent bereikt, dat is een grote stap vooruit. En alle innovatie die de sector met mosselzaadinvanginstallaties (MZI’s) laat zien: dat wijst op een duidelijk plan, een marsroute. Daarmee is er een hele reële kans dat we het uiteindelijke doel, volledige overgang naar MZI-zaad, gaan realiseren. Dat is een prestatie van formaat. Er is sinds 2008 een hele route afgelegd. Daarom ben ik er zeker van dat de partijen in staat zijn om ook die 100 procent binnen te halen. In juli 2022 moet de stap naar 50 procent en in juli 2026 naar 65 procent worden gezet.” 

“Ik realiseer me dat de sector voor enorme investeringen staat en de natuurbeschermingsorganisaties zijn begrijpelijk ongeduldig omdat het aanvankelijke doel: de bodemmosselzaadvisserij in 2020 te beëindigen, niet is gehaaldIk zou partijen willen oproepen: blijf aan tafel zitten en blijf volhouden. Laten we kijken hoe we met elkaar die route af kunnen leggen naar een heel mooi eindresultaat.”  

“Ik hoop deze opdracht tot een goed einde te brengen, waardoor we in de komende jaren ecologie en economie op een goede manier kunnen combineren en stappen kunnen zetten die duurzaam zijn voor de natuur en voor de sector.”  

Wat zou daarbij beter kunnen?  

“Ik denk dat de partijen in het convenant iets meer zouden kunnen uitdragen dat dit een heel bijzondere sector is. 

‘Mosselen zijn een supernatuurlijke, zuivere eiwitbron. Het enige wat eraan te pas komt zijn zon, zee en algen. Dat is een ideale eiwittransitie, mooier kun je het niet verzinnen!’ 

Dat bijzondere mag best wat meer aandacht hebben. Beleidsmakers, politiek en samenleving zouden zich bewuster kunnen worden van dit mooie kweekproces, wat we al zo lang hebben. Zeker met de MZI’s erbij is het een hele mooie vorm van eiwitproductie.” 

Als nieuwkomer met frisse blik denk ik: we hebben hier een pareltje van een sector, kunnen we ons daar iets meer van bewust zijn? In de Voordelta is sprake van enige kweek van mosselen. Er gaan nu experimenten komen met het invangen van mosselzaad. Het is heel belangrijk om verder te onderzoeken wat de Voordelta als alternatief gebied voor de mosselsector kan betekenen. De impuls van de overheid daarvoor zou robuuster mogen zijn. Daar liggen kansen. Er gebeurt wel wat, er zijn hoopgevende beginnetjes. Maar met name in de Voordelta kan veel meer gebeuren op korte termijn. Dergelijke innovaties zou je als overheid met kracht moeten stimuleren.”  

Hoe kijk je naar de sector? 

“Dit is een hele mooie traditionele sector met krachtige familiebedrijven. Die bedrijven zijn sterk aan het consolideren. Ik vind het knap van die familiebedrijven hoe ze kijken naar de toekomst en hoe ze heel ingewikkelde beslissingen nemen, ook bij opvolging, om dingen voor hun bedrijf goed te regelen. 

Een zorgelijk punt vind ik de enorme inkoopmacht van de retailsector, die daarmee duurzame visserij en landbouw in de wielen rijdt. De retail zet de sector op een niet-maatschappelijke manier onder druk. De retail is een heel belangrijk consumentenkanaal dat als deel van de keten aandacht verdiend. 

‘Bedrijven worden door de supermarkten gedwongen onder kostprijs te leveren. Dat vind ik niet fatsoenlijk.’ 

Ik hoop dat de sector een vuist in kan maken tegen de inkoopmacht van de supermarkten. Het is nu een ongezond onderdeel van de hele keten. Zeker voor de jonge doelgroep is het belangrijk dat ze in de supermarkt op positieve wijze in aanraking komen met mosselen. Dat zou op een normale manier met een normale profit moeten worden doorontwikkeld. Ik ben er van overtuigd dat duurzaamheid voor de mosselsector hand in hand moet gaan met een positief toekomstperspectief. Daar zijn de convenantspartijen ook van doordrongen en dat moet zo blijven.” 

Je hebt onlangs kennisgemaakt met een paar bedrijven. Hoe beviel die kennismaking? 

“Heel veel gebeurde tot nu toe digitaal, helaas. Binnenkort ga ik een dag varen op het Wad, daar verheug ik me op. Ik wil ook de onderzoekswereld goed leren kennen en ontdekken hoe zij naar kansen kijken. Ik heb het LEI rapport opgevraagd. Ik ken het ministerie van Economische zaken en klimaat (EZK) goed, maar moet mijn kennismaking met LNV verversen. Ik ben nu net begonnen met een echte kennismakingsronde: Ik was op Yerseke op stap met secretaris Addy Risseeuw en voorzitter Edie Engels van de Producentenorganisatie. We zijn op bezoek geweest bij een kweker en een handelsbedrijf. Ik neem mijn petje af voor hoe besluiten genomen worden en hoe men binnen een familiebedrijf op een goede manier tot beslissingen komt. Om goed voeling te houden met de sector zal ik me de komende jaren regelmatig bij kwekers en andere convenantpartners melden. Zo werk ik graag, om te horen waar de pijnpunten zitten en goed contact te onderhouden.” 

Hoe zie je je rol als voorzitter van het convenant?   

“Naast het voorzitten van het bestuurlijk overleg zie ik mezelf als verkenner. Ik wil mijn voelsprieten goed bij alle betrokken partijen houden om te kijken: waar liggen de kansen en benutten we die ten volle? Dat is in feite journalistiek werk: je contacten en bronnen goed onderhouden en daar je voordeel mee doen. Ik kom als dijkgraaf en toezichthouder onderwijs veel in Den Haag. Vanuit dat overzicht zal ik ook kijken waar de kansen liggen. Ik vind het mooi om LNV zo weer op het netvlies te krijgen. De mosselsector zit met een paar grote transities: mosselzaad, stikstof en CO². Over het hele (werk)terrein van LNV is duurzaamheid nog vele jaren het grote thema. Daarin kunnen we heel veel van de ervaringen van andere sectoren leren. Dus niet alleen binnen LNV, maar ook in het bredere beleidsveld liggen veel leerpunten. De schelpdiersector is onderdeel van een groter geheel: de binnenlandse voedselproductie.” 

Hoe ga je je verder in de sector verdiepen? 

“Ik ga me inlezen en ik ga op pad. Je weet nooit wat je daarbij tegenkomt. Als dijkgraaf heb ik ook contact met mensen als Louise Fresco en Cees Veerman, voorheen voorzitter van Natuurmonumenten. Ik ken hem ik uit mijn FD-tijd. Hen zal ik ook vragen hoe zij tegen deze transitie aankijken. En ik ga mijn netwerken inzetten. Ik denk dat de natuurbeweging meer waardering op zou kunnen brengen voor biologische mosselen. En hopelijk komt er ook meer waardering vanuit de schelpdiersector voor serieuze natuurorganisaties. Daar kan ik mijn netwerk goed voor benutten. 

Het is een taaie opdracht, voor alle betrokkenen. Ik zal iedereen aanmoedigen de blik te richten op het einddoel. Dat gaat bloed, zweet en tranen kosten en nog een flink aantal jaren duren, maar het eindresultaat is het meer dan waard.” 

 

Wat is het Mosselconvenant? 

Het Mosselconvenant is gesloten tussen de mosselsector (= Producentenorganisatie van de Nederlandse Mosselcultuur), het ministerie van LNV en natuurorganisaties in de Waddenzee. Het  afsprakenpakket bestaat uit drie onderdelen: 

  1. De geleidelijke afbouw van de mosselzaadvisserij in het sublitoraal van de Waddenzee met als resultaat datmosselbanken zich aldaar ongestoord kunnen ontwikkelen.  
     
  2. Deze vervangen door een alternatieve bron van mosselzaad als grondstof voor de kweek van marktwaardige mosselenen wel zodanig dat een renderende kweek mogelijk blijft. Devangst van mosselzaad met zogenaamde MZI’s (=mosselzaad invanginstallaties) biedt daarbij tot op heden het beste perspectief.
  3. Bovenstaande twee onderdelen dienen gerealiseerd te worden met behoud van een goed financieel-economisch perspectief voor de sector.