Mosselen kunnen altijd
Mosselen kunnen altijd

Strenge voedselveiligheidseisen

Mosselen groeien op in de vrije natuur. Ze halen hun voedsel uit het water. De natuurlijke leefomgeving – het schone, voedselrijke water – is van cruciaal belang voor de mossel. In het water van de Waddenzee of Oosterschelde doen zich zelden problemen voor, maar er kunnen – zeker bij het stijgen van de watertemperatuur – toxine vormende algen of bacteriën in het water voorkomen. De mosselsector houdt rekening met dit risico en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) houdt scherp toezicht op de wateren waarin schelpdieren worden gekweekt. Als monsters uit een gebied te hoge waarden aantonen, sluit de NVWA het desbetreffende deelgebied preventief totdat nieuwe monsters aantonen dat de situatie weer normaal is. Dit zogenoemde “early warning and respons”-systeem zorgt ervoor dat een voedselveilig product naar de mosselverwerkende bedrijven en dus naar de markt gaat.

Mosselen worden dus pas opgevist nadat is gebleken dat er geen schadelijke algen, bacteriën of virussen mee komen.  Daarna worden ze door de mosselverwerkende bedrijven – na aankoop en registratie bij de Nederlandse Mosselveiling – op de zogenaamde verwaterpercelen in de Oosterschelde of in bassins op de kade schoon en zandvrij gespoeld. Tijdens dit proces wordt voortdurend gecontroleerd op kwaliteit zodat de voedselveiligheid geborgd blijft. De verpakking in lekvrije bakken of (jute) zakken zorgt voor een houdbaarheid (mits gekoeld) van ± 7 dagen.