Mosselen. Zo uit Zeeland
Mosselen. Zo uit Zeeland

Gemma Tacken, verbonden aan de Wageningen Economic Research, deed voor de PO Mosselcultuur onderzoek naar kansen voor Zeeuwse mosselen in België, Duitsland, Frankrijk en Italië. Aan dat onderzoek werd meegewerkt door Gerben Splinter, Ineke Nijssen en Wil Hennen. De vier onderzochte landen werden gekozen omdat zij netto importeur zijn van mosselen en voor Nederland al belangrijk zijn of potentieel interessant.

De afgelopen jaren is er het nodige veranderd in onze mosselexport, aldus Gemma Tacken. “Tijdens corona werden er in Frankrijk en Italië veel minder mosselen gegeten in de horeca dan daarvoor. Dat was de periode waarin in die landen geen toeristen meer kwamen, sluiting van de horeca en meer thuiswerken. De mosselmarkt daar is in Italië een belangrijke toeristische markt en in Frankrijk een lunchmarkt vanuit kantoor.”

 

In Italië worden mosselen vooral in de zomer gegeten, met daarnaast een piek met kerst. In de zomer komt dat vooral uit eigen productie, in de winter komen de mosselen uit Spanje. Ook in Italië zijn 50 plussers verreweg de belangrijkste mosseleters. In deze beide landen is er vooral vraag naar de grotere mediterrane mosselen. Dat beperkt de kansen en mogelijkheden voor de Nederlandse mosselen.

 

Geen concurrentie in België

In België heeft de Nederlandse mosselsector nauwelijks concurrentie van andere landen. De Zeeuwse mossel – en dan met name de grotere soorten voor de mosselpotten thuis en in de horeca- is er onverminderd populair. Wel is de Franse Bouchotmossel in België in opkomst. En ook in België vindt men de prijs – 30 euro voor een mosselpot in een restaurant – inmiddels hoog.

Er is in België vooral vraag naar verse mosselen, diepvries neemt af in betekenis. In België is de mossel een zomerproduct, hoewel de consumptie jaarrond iets toeneemt. “Er zou meer ingezet kunnen worden op de mosselmarkten. Dat gebeurt vanuit Nederland nog te weinig,” aldus Tacken.

Ook in België worden mosselen inmiddels gezien als luxeproduct en worden ze vooral gegeten door 50 plussers en hogere inkomensgroepen.

Voor mosselleveranciers is de supermarkt belangrijker dan de groothandel. Dat kan naast de nadelen van prijsdruk ook kansen bieden, aldus Gemma Tacken. “Belgische consumenten vinden de kwaliteit van mosselen erg belangrijk en zijn zeker bereid daarvoor van supermarkt te wisselen. Mosselen zijn een trafficmaker voor de supermarkten. Daar kun je dus als handelaar op inspelen, want je bent belangrijk voor de supermarkt.”

 

Prijs versus kwaliteit

In Frankrijk ligt dat heel anders. “De Franse supermarkten kiezen voor meerdere leveranciers uit verschillende landen voor hun leveringszekerheid. Daardoor ben je als leverancier minder belangrijk.” Nederland staat in Frankrijk bekend als de goedkoopste leverancier, aldus Tacken. “We zouden meer op kwaliteit kunnen promoten.”

In Frankrijk is de horecamarkt na corona minder belangrijk geworden: ook de Fransen werken nu meer vanuit huis en gaan minder vaak uit eten voor de lunch. Dat heeft zijn weerslag op de mosselconsumptie.

 

Nieuwe kansen in Duitsland

Voor Duitsland is Nederland de belangrijkste importeur van mosselen. Tacken: “Onze mosselen gaan vooral naar Noordrijn-Westfalen en de omgeving van Keulen. Daar komen ook de meeste Duitse toeristen in ons land vandaan. Dat hangt dus sterk samen.”

Jongeren zijn in Duitsland een belangrijke doelgroep die bovendien groeit. “In Duitsland zijn er dus meer mogelijkheden voor de Zeeuwse mosselen. Maar: het aantal ouderwetse kroegen (Kneipes of Gaststättes), waar met name jongeren kennismaken met mosselen, neemt af.” Desondanks denkt ze dat we in Duitsland veel meer zouden kunnen bereiken. “Met name in de buitenhuishoudelijke markt, omdat de traditionele markt wegvalt. Duitsers zijn dol op biologisch en vers: producten van dichtbij. Daar kan de Nederlandse mosselsector goed op inspelen.”